Paragraaf Provinciale heffingen

Inleiding

Inwoners en bedrijfsleven betalen heffingen aan de Provincie Zeeland voor bijvoorbeeld vergunningen voor gebieds- en soortenbescherming. Door deze provinciale heffingen ontstaan inkomsten. Dit is aanvullend op onder andere geld dat we van de Rijksoverheid ontvangen uit het Provinciefonds, om collectieve voorzieningen te dekken Hierdoor krijgen we de mogelijkheid om collectieve voorzieningen te dekken. In deze paragraaf gaan we in op het beleid voor deze verschillende heffingen. En geven we inzicht in de berekening van de tarieven van heffingen.

Beleid

Wij gaan bij heffingen zo veel mogelijk uit van het profijtbeginsel. Dit betekent dat als inwoners en bedrijven voordeel hebben bij een Provinciale voorziening ze hieraan meebetalen. Dit kan door het betalen van heffingen en door belastingen. Zeeland kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen. Zeeland kent wel een aantal vrijstellingen van legesheffing.

Wijzigingen ten opzichte van beleid vorig jaar

Vergeleken met 2020 zijn de heffingen ongewijzigd.

Lokale lastendruk

Tarief opcenten MRB = 89,1

•    Landelijk gemiddelde tarief MRB = 83,5

•    Maximale tarief opcenten MRB = 116,8

•    Maximaal kostendekkende tarieven voor heffingen en leges

Gerealiseerde opbrengsten

Bedragen x € 1 miljoen:

  • € 46,03 Opcenten motorrijtuigenbelasting
  • €   0,15 Grondwaterheffing
  • €   0,65 Leges

Heffingen provincie

We heffen jaarlijks de volgende lokale heffingen:

•    Belastingen

•    Heffingen

•    Leges

Belastingen

Opcenten motorrijtuigenbelasting

De motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt geheven over het bezit van een auto en niet over het gebruik. De heffing en inning van de MRB, waarin de provinciale opcenten meeliften, verzorgt de belastingdienst. Bovenop de MRB betalen houders van personenauto’s en motoren ‘provinciale opcenten’. De provincies stellen zelf hun opcenten tarief vast, tot een wettelijk bepaald maximum.


Het tarief voor 2021 bedraagt 89,1. Dit tarief is tot stand gekomen door het statenvoorstel “Provinciale opcenten in relatie tot de commissie Jansen”. Het tarief hebben we tijdelijk van 82,3 naar 89,1 opcenten verhoogd. Dit geldt voor de periode  2019 tot en met 2021. Het landelijk gemiddelde tarief voor 2021 is 83,5. In 2021 mocht maximaal 116,8 opcenten geheven worden. Opcenten zorgden in 2021 voor € 46,0 miljoen aan inkomsten. Dit is een stijging van € 0,7 miljoen vergeleken met 2020. Een toename van het aantal belastbare auto's (1,2%) en het gemiddelde gewicht per auto (0,7%) zorgt voor deze stijging. 

Heffingen

Algemene uitgangspunten

Het uitgangspunt is dat de opbrengsten van zowel heffingen als leges niet hoger mogen zijn dan de lasten die betrekking hebben op de activiteiten. Tot de lasten worden gerekend alle materiële kosten en de salarislasten inclusief overhead die betrekking hebben op de heffing. Iedere 4 jaar wordt het tarief verhoogd voor inflatie. Als blijkt dat het in rekening te brengen tarief ver beneden de kostprijs ligt, wordt een grotere stijging doorgevoerd dan de inflatiecorrectie.  

Grondwaterheffing

Onder de naam ‘grondwaterheffing’ wordt een directe provinciale heffing geheven voor het onttrekken van grondwater. De opbrengst van deze heffing wordt gebruikt om de kosten die we hiervoor maken te dekken. Het betreft specifieke kosten van het voorkomen en tegengaan van de nadelige gevolgen van onttrekkingen en infiltraties en van onderzoeken in relatie tot het grondwaterbeleid. De provinciale grondwaterheffingen worden door de provincies geheven op grond van de Waterwet en de provinciale grondwaterheffingsverordening 2010.

Verhouding gerealiseerde opbrengsten – kosten

De baten grondwaterheffing 2021 bedragen € 145.245. De baten bestaan voor een groot deel uit inkomsten waarbij de onttrekking permanent is. Daarnaast is er jaarlijks opbrengst van de grondwaterheffing waarbij de onttrekking van het grondwater incidenteel is.

De materiële lasten van de grondwaterheffing over 2021 bedragen € 123.168. Omdat de lasten van de grondwaterheffing ook gedeeltelijk uit personeelslasten bestaan zijn die in dat geval niet direct toegerekend aan de lasten met betrekking tot grondwaterheffing, waardoor deze lasten moeilijker inzichtelijk te maken zijn dan de baten. De beste benadering om inzicht te krijgen in de lasten is door inzicht te krijgen in het aantal fte. dat belast is met de werkzaamheden aan betreffende leges en tegen welk uurtarief (afhankelijk van inschaling) inclusief overheadkosten.

De loonkosten bedragen € 84.000 per jaar en de overheadkosten € 42.000. Een overzicht van de mate van kostendekkendheid is opgenomen in bijlage 1.

Leges

Provincie Zeeland legt voor diverse diensten leges op. Leges zijn vergoedingen voor kosten die de overheid maakt voor de dienstverlening aan burgers en bedrijven. In de legesverordening Zeeland 2018 zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen. We actualiseren de legesverordening en tarieventabel elke vier jaar. Indien hier aanleiding toe is, vindt tussentijds een aanpassing van de legesverordening plaats.

Evaluatie

Vanaf 2018 is een tariefsverhoging ingevoerd voor bestaande leges en zijn gefaseerd leges ingevoerd voor activiteiten waarvoor dat voorheen nog niet werd gedaan. Deze leges bevinden zich op het gebied van  soorten en gebiedsbescherming. In 2019 heeft een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden waarbij naast een aantal aanpassingen van de legesverordening zelf, een aantal tarieven is verlaagd naar € 0. Een volledige evaluatie heeft in 2021 plaatsgevonden door een extern bureau. Het evaluatierapport en een lijst met aanbevelingen is met u gedeeld eind 2021.  De uitwerking van de aanbevelingen zal samen met de wijzigingen die als gevolg van de invoering van de Omgevingswet worden verwerkt in de nieuw op te stellen Leges- en grondwaterheffingsverordening. Naar verwachting leggen wij in 2022 aan Provinciale Staten daartoe een voorstel voor.

BRIKS taken

In 2021 is de tarieventabel van de legesverordening Zeeland 2018 uitgebreid met het onderdeel BRIKS taken. Deze maken nu ook onderdeel uit van de berekening kostendekkendheid, zoals opgenomen in bijlage 1.

Verhouding  opbrengsten – kosten

De leges baten in 2021 komen uit op € 646.900. De verdeling van de baten is als volgt: Verkeer en Vervoer € 55.000, WABO BRIKS € 303.700, Ontgrondingen  € 79.600 en Natuur € 208.600

De werkzaamheden met betrekking tot de WABO Briks taken en Ontgrondingen worden verricht binnen de Omgevingsdiensten DCMR en RUD. Deze lasten hiervoor worden rechtstreeks in rekening gebracht aan de provincie. Afgezet tegen de inkomsten uit leges kan de kostendekkendheid worden berekend. De lasten van Wabo Briks taken bedragen € 325.900. De lasten van de ontgrondingen bedragen € 108.800

De lasten van de leges voor Natuur en Verkeer en Vervoer worden met name gemaakt binnen de personeelslasten en niet direct toegerekend aan de diverse legesactiviteiten. De baten worden wel rechtstreeks op de leges activiteiten geboekt. De beste benadering om inzicht te krijgen in de lasten is door inzicht te krijgen in het aantal fte. dat belast is met de werkzaamheden aan betreffende leges en tegen welk uurtarief (afhankelijk van inschaling) inclusief overheadkosten. De loonkosten bedragen € 277.700 en de overheadkosten € 138.850. Een overzicht van de mate van kostendekkendheid is opgenomen in bijlage 1.

Bijlage 1 Berekening kostendekkendheid