Toelichting op de balans

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Omschrijving (toelichting)

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). En met in achtneming van de geldende verordening ex artikel 216 Provinciewet, de Financiële verordening Provincie Zeeland. Provinciale Staten hebben daarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, de regels voor het financiële beheer en de regels voor de inrichting van de financiële organisatie vastgesteld.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

Omschrijving (toelichting)

Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden hieronder toegelicht.

Bij de resultaatbepaling is geen rekening gehouden met heffing vennootschapsbelasting, omdat de provincie op basis van een beoordeling van de provinciale activiteiten heeft geconcludeerd dat zij voor al haar activiteiten geen fiscale onderneming drijf  t, dan wel dat er een vrijstelling kan worden toegepast.

Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording

Omschrijving (toelichting)

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: 

  • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet.
  • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: 
    • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 15 maart 2024 door PS is vastgesteld.
    • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in het protocol accountantscontrole 2023-2025 is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan PS zijn gemeld dan wel indien deze niet zijn toegelicht in de jaarrekening.
    • Ten aanzien van het M&O criterium is het M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. 
  • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening/controleverordening. Dit betekent dat: 
    • Een verantwoordingsgrens van 2 % (zijnde € 6,2 miljoen) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen.
    • Een rapporteringstolerantie van € 750.000 is gehanteerd. Incidentele bevindingen en/ of systematische fouten en onduidelijkheden boven de rapportagegrens worden in de paragraaf bedrijfsvoering opgenomen.

Verantwoording subsidies

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Verantwoording subsidies

Omschrijving (toelichting)

Eerder heeft de Commissie BBV de handreiking “Verantwoorden van subsidies” gepubliceerd. In de handreiking gaat de Commissie BBV in op de vraag wanneer de subsidie als last bij de subsidiegever en als bate bij de subsidieontvanger dient te worden verantwoord. In de handreiking geeft de Commissie BBV aan dat de verwerkingswijze afhangt van het type subsidie en de gestelde voorwaarden. Bij voorwaardelijke subsidieverstrekkingen (exploitatie- en investeringssubsidies) geeft de Commissie BBV duidelijk aan dat de subsidielast op basis van toerekeningsbeginsel verantwoord dient te worden. Dit betekent dat de subsidielast (gedeeltelijk) verantwoord dient te worden in het jaar waarin door de subsidieontvanger de prestatie (waarvoor de subsidie voor is verstrekt) is geleverd en (gedeeltelijk) aan de gestelde voorwaarden is voldaan.

De Provincie Zeeland heeft binnen dit stelsel ervoor gekozen om voor het bepalen van de last bij subsidies uit te gaan van het voorzichtigheidsbeginsel: voor subsidies geldt dat de last wordt genomen in het jaar waarin de subsidiebeschikking wordt afgegeven. In lijn met andere provincies die dit stelsel toepassen, passen wij hierop de volgende uitzonderingen toe:

  • Uit de subsidiebeschikking blijkt onomstotelijk dat de activiteit waarvoor de subsidie wordt verleend in één of meerdere volgende jaren zal plaatsvinden (zoals bijvoorbeeld integrale kostensubsidies en natuursubsidies).
  • Uit een bestuurs-/samenwerkingsovereenkomst blijkt dat deze lastneming bij het aangaan van deze overeenkomst nog niet is vast te stellen.

Verder vraagt dit stelsel dat subsidielasten vanuit meerjarige projectsubsidies – boven een door Provinciale Staten (hierna: PS) vastgesteld grensbedrag – verantwoord worden op basis van het toerekeningsbeginsel. Dit betekent dat de subsidielast verantwoord dient te worden in het jaar waarin door de subsidieontvanger de activiteiten (waarvoor de subsidie is verstrekt) worden uitgevoerd en (gedeeltelijk) aan de gestelde subsidievoorwaarden is voldaan. De Commissie BBV biedt de mogelijkheid tot instellen van een grensbedrag. Het door PS vastgestelde grensbedrag bedraagt € 0,5 miljoen. In overeenstemming met het BBV is dit grensbedrag gesteld binnen de range van 0,00% en 0,25% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves over het boekjaar.
Meerjarige projectsubsidies boven het grensbedrag dienen verantwoord te worden op basis van het toerekeningsbeginsel. In lijn met het door PS genomen besluit wordt bij afgifte van een subsidiebeschikking, voor zover de verstrekte subsidie nog niet als last in het boekjaar is verantwoord, het resterende bedrag aan de bestemmingsreserve "meerjarige subsidies" toegevoegd. Deze wordt in latere jaren aan deze reserve onttrokken en als last verantwoord basis van het verwachte bestedingsritme van de subsidie. Dit bestedingsritme is terug te vinden in de subsidieverleningsbeschikking. Voor het einde van het boekjaar wordt bij projectsubsidies groter dan dit grensbedrag aan de hand van de financiële voortgangsrapportages van de subsidieontvangers vastgesteld of de werkelijke bestedingen overeengekomen met het verwachte bestedingsritme. Bij aanzienlijke afwijkingen vindt een correctie plaats van de verantwoorde subsidielasten.

Activering van directe apparaatskosten aan materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Activering van directe apparaatskosten aan materiële vaste activa

Omschrijving (toelichting)

Interne uren die direct verband houden met investeringen dienen conform de voorschriften (BBV) te worden geactiveerd. Indien er bij projecten die zijn opgenomen onder de investeringskredieten sprake is van directe uren dan activeren we vanaf 2019 een percentage over de vervaardigingskosten van het betreffende boekjaar. Deze geactiveerde kosten worden toegevoegd aan een dekkingsreserve afschrijvingen apparaatskosten ter dekking van de hogere afschrijvingslasten.

Materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Materiële vaste activa

Omschrijving (toelichting)

Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa:

  • Investeringen met een economisch nut.
  • Investeringen met een economisch nut, waardoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.
  • Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd.
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven.

Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs. Dit is de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Of ze worden gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs. Deze bestaat uit:de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten, verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

Voor investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geldt tot aan investeringsdatum 31 december 2016 dat eventuele bijdragen uit de reserves in mindering zijn gebracht op deze investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

De op de oorspronkelijke verkrijging- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur of technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen.

De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de financiële verordening. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode. Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven, tenzij de grond deel uitmaakt van een investering in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate in de jaarrekening verwerkt.

Duurzame waardevermindering van vaste activa

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Duurzame waardevermindering van vaste activa

Omschrijving (toelichting)

Afwaardering van bedrijfseconomisch vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde. Lagere taxatiewaarden dan de boekwaarden van onroerende zaken zijn hierbij als duurzame waardedaling in aanmerking genomen. Afwaardering van maatschappelijk vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde en er ten opzichte van de huidige functie geen (bestuurlijke) intentie is voor duurzame exploitatie.

Afschrijvingen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Afschrijvingen

Omschrijving (toelichting)

Investeringen met economisch nut of investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut, worden lineair afgeschreven in maximaal:

Object Aantal jaar
Laptop, desktop, workstation, tablets, server (incl. implementatiekosten)         4
Beeldscherm (incl. implementatiekosten)         6
Wifi en netwerkcomponenten (incl. implementatiekosten)         4
Telefoons, smartphones (incl. implementatiekosten)         3
Software, afhankelijk van applicatie (incl. implementatiekosten)         2 tot 7
Verkeersregelinstallatie         15
Overige werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties         5 tot 10
Wegen:          
- elementverhardingen         30
- asfaltverharding         35
- betonverharding         40
Droge kunstwerken (vaste bruggen, viaducten, tunnels, betonnen duikers, enzovoort.)         80
Natte Kunstwerken  
- sluizen         100
- beweegbare bruggen         60
Overige infrastructuur (stalen geleiderail, geluidsschermen, lichtmasten, bewegwijzering, aanleginrichting veerboot, keerwanden, damwanden, enzovoort.)         30
Gebouwen:          
- steunpunten, bedrijfsgebouwen, inrichting terreinen         30
- technische installaties gebouwen         10
- audiovisuele middelen         5
Voertuigen:          
- dienstauto's bestuur         4
- overige voertuigen         4 tot 8
- schepen         30

Erfpacht

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Erfpacht

In erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Daarbij geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 

Voor een gedetailleerd verloop van de materiële vaste activa wordt verwezen naar bijlage 1 de Staat van materiële en financiële activa.

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de materiële vaste activa gedurende het jaar:

(Bedragen x € 1.000)
Omschrijving Boekwaarde per 1 januari 2025 Investeringen Desinve- steringen Afschrij- vingen Bijdragen van derden Afwaar- deringen Boekwaarde 31 december 2025
Gronden en terreinen 1.861 679 0 - - - 2.539
Bedrijfsterreinen 10.217 31 - 591 - - 9.657
Grond, weg en waterbouwkundige werken 2.513 - - 283 - - 2.231
Vervoermiddelen 8.104 437 - 897 - - 7.643
Machines, apparaten en installaties 3.575 3.201 - 632 6 - 6.138
Totaal investeringen met economisch nut 26.270 4.348 0 2.403 6 - 28.209
Investeringen in de openbare ruimte maatschappelijk nut tot 1-1-2017
Grond, weg en waterbouwkundige werken 3.075 - - 526 - - 2.550
Investeringen in de openbare ruimte maatschappelijk nut na 1-1-2017
Grond, weg en waterbouwkundige werken 41.161 11.729 - 1.119 2.826 - 48.944
Totaal investeringen met maatschappelijk nut 44.236 11.729 - 1.644 2.826 - 51.494

Financiële vaste activa

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Financiële vaste activa

Het BBV kent de volgende soorten financiële vaste activa:

  • Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen.
  • Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen.
  • Overige langlopende leningen.
  • Uiteenzettingen in ’s Rijksschatkist met rente typische looptijd van één jaar of langer.
  • Overige uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer.

De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de marktwaarde van de aandelen daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats.

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de financiële vaste activa gedurende het boekjaar.

De investeringen in de financiële vaste activa van € 39,3 miljoen bestaat voor € 14,8 miljoen uit een agiostorting in Transitiefonds Zeeland B.V. (onderdeel van N.V. Economische Impuls Zeeland B.V.). 

Daarnaast is voor € 24 miljoen aan kasgeldleningen verstrekt aan een waterschap.

 De aflossingen betreffen de reguliere aflossingen op de verstrekte leningen.

 De afwaarderingen zijn het gevolg van lagere marktwaarde van kapitaalverstrekkingen. Deze ziet voor € 6,6 miljoen toe op het kapitaalbelang in N.V. Westerscheldetunnel. De marktwaarde is ingeschat op basis van de verwachte toekomstige dividendopbrengsten vanuit N.V. Westerscheldetunnel, welke contant zijn gemaakt tegen een disconteringsvoet van 5,2%. Deze disconteringsvoet is ingeschat op basis van gangbare waarderingsmodellen, waarbij de actuele marktrente en risico-opslag input vormen.

Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde per 1 januari 2025 Investe- ringen Desinve- steringen Afschrijv- ingen aflossingen Bijdragen van derden Afwaar- deringen Boekwaarde 31 december 2025
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen 298.138 15.300 - - - 7.450 305.988
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 32.500 - - - - - 32.500
Leningen aan openbare lichamen (art. 1 Wet Fido) 67.500 24.000 - 4.000 - - 87.500
Overige langlopende leningen 646 - - 125 - - 521
Overige uitzettingen rentetypische looptijd > of gelijk aan één jaar 147 - - 76 - - 71
Totaal Financiele vaste activa 398.930 39.300 - 4.201 - 7.450 426.580

Gereed product- en handelsgoederen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Gereed product- en handelsgoederen

Onder deze voorraden is de boekwaarde van gronden opgenomen die nog geen definitieve bestemming hebben, maar ingezet worden om projecten te realiseren.

Bedragen x € 1.000
Voorraden Boekwaarde per 1 januari 2025 Vermeerderingen Verminderingen Boekwaarde per 31 december 2025
Gereed product en handelsgoederen
grondbank zeeland 56.229 30.418 2.624 84.024
NPW grondb landb flankerend beleid 16.758 -16.217 541 -
Voorraad vastgoedobjecten 1.552 1.268 5 2.814
Ontwikkelbank 75 - - 75
Totaal gereed product en handelsgoederen 74.614 15.469 3.170 86.913

Grondbank Zeeland

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Grondbank Zeeland

Omschrijving (toelichting)

De (ruil)gronden maken onderdeel uit van de Grondbank Zeeland. De ruilgronden worden aangewend met de intentie om deze op korte termijn weer te verkopen of te ruilen.

In de paragraaf Grondbeleid wordt ingegaan op de omvang en het gevoerde beleid.

Grondbank landbouw flankerend beleid

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Grondbank landbouw flankerend beleid

Omschrijving (toelichting)

De gronden voor het landbouw flankerend beleid worden gefinancierd uit een krediet van het Groenfonds. De baten en lasten van deze financiering komen volledig ten gunste of ten laste van het Natuurpakket Westerschelde (NPW). Winst- en verlies bij grondtransacties komen ook ten gunste of ten laste van NPW.

Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar

De uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening van € 0,025 miljoen in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald.

De post uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde per 1 januari 2025 Voorziening oninbaarheid Boekwaarde per 31 december 2025
Vorderingen op openbare lichamen 21.938 - 23.055
Overige vorderingen 1.664 25 450
Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 23.602 25 23.505

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Schatkistbankieren

Provincies moeten hun overtollige liquiditeiten stallen in de schatkist van het Rijk. Om te bepalen of een provincies overtollige liquiditeiten naast de gelden voor het normale betalingsverkeer aanhoudt, geldt een drempelbedrag dat is gebaseerd op het begrotingstotaal van de provincies.  

De onderstaande tabel geeft de berekening van de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)
Verslagjaar
(1) Drempelbedrag 7300,1
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 173 178 172 370
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 7.127 7.122 7.128 6.930
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - -
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 365.005
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 365.005
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. Drempelbedrag 7300,1
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 15.570 16.204 15.795 34.068
(5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
(2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 173 178 172 370

Liquide middelen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Liquide middelen

De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde en betreffen alleen banksaldi.

De specificatie is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Liquide middelen Boekwaarde 1 januari 2025 Boekwaarde 31 december 2025
BNG 257 401
Groenfondsrekeningen 16.499 -
Totaal liquide middelen 16.756 401

Overlopende activa

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Overlopende activa

De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Er is geen voorziening oninbaarheid in mindering gebracht.

De post overlopende activa wordt onderscheiden in:

Bedragen x € 1.000
Overlopende activa Boekwaarde 1 januari 2025 Boekwaarde 31 december 2025
Nog te ontvangen Europese overheidslichamen - -
Nog te ontvangen Rijk 17.834 16.726
Nog te ontvangen overige Nederlandse overheidslichamen 2.489 32.271
Overige nog te ontvangen bedragen 393 190
Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. 1.859 2.808
Totaal overlopende activa 22.575 51.995

Uitkeringen met specifiek bestedingsdoel

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Uitkeringen met specifiek bestedingsdoel

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de uitkeringen met specifiek bestedingsdoel van overheidslichamen gedurende het jaar 2025:

Bedragen x € 1.000
Uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Boekwaarde per 1 januari 2025 Toevoegingen Ontvangen bedragen Boekwaarde 31 december 2025
het Rijk
Opcenten motorruituigenbelasting 4.526 3.848 4.526 3.848
SPUK veehouderij 10 - 10 -
OA SPUK BVOV 305 - 305 -
OP ZIS2 Vernieuwing landbouw 132 - 132 -
OA SPUK RD NSPD 7.926 3.388 - 11.314
IPO Bij12 bijdrage weeffout Provinciefonds 2.922 - 2.922 -
POP3 Landbouwroute Poortvliet 523 - 523 -
Rijkswaterstaat urendeclaratie Welzingepolder 81 - 81 -
Rente Schatkistbankieren 1.350 1.270 1.350 1.270
Rijkswaterstaat afrekening gladheidsbestrijding 2025 - 293 - 293
Overige Nederlandse overheidslichamen
SPUK Netten op Zee - 25.843 - 25.843
SPUK Visserijontwikkelplan - 5.261 - 5.261
RD Iedereen telt! 133 - 133 -
Bijdrage gemeente Hulst traverse Kapellebrug - 508 - 508
Bijdrage gemeente Terneuzen rotonde Othene 1.759 - 1.759 -
RUD afrekening Kanaalpolder 65 - 65 -
RD3 Participatie 33 - 33 -
Overige provincies afrekening Kring van Comissarissen 2024 140 - 140 -
Waterschap Scheldestromen uitvoeringsregisseur Zoet Water 50 - 50 -
Gemeente Scouwen Duiveland, afrekening hergebruik leegstaande panden - 150 - 150
Rente leningen Waterschap Veluwe en Heuvel 32 84 32 84
Rente lening Waterschap Brabantse Delta 173 156 173 156
Rente lening gemeente Rotterdam 176 176 176 176
Rente lening gemeente Hendrik Ido Ambacht 60 - 60 -
Totaal 20.398 40.977 12.471 48.903

Algemeen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Algemeen

Omschrijving (toelichting)

Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vaste passiva een toelichting gegeven.

De vaste passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld.

Eigen vermogen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Eigen vermogen

Omschrijving (toelichting)

Onder het eigen vermogen zijn de algemene reserve en de bestemmingsreserves opgenomen. Op grond van het beleidsuitgangspunt dat de noodzaak van handhaving van de overige reserves jaarlijks wordt herzien zijn in 2025 geen zaken van belang.

Reserves

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Reserves

In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van Provinciale Staten. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra de Provinciale Staten aan een reserve een bepaalde bestemming hebben gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd.

Aan de reserves hebben geen rentetoevoegingen plaatsgevonden.

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2025:

Bedragen x € 1.000
Eigen vermogen Boekwaarde per 1 januari 2025 Resultaat- bestemming 2024 Toevoe- gingen 2025 Rentetoe- rekening 2025 Onttrek- kingen 2025 Verminde- ringen i.v.m. afschrijvingen op activa Boekwaarde 31 december 2025
Algemene reserve 53.258 2.574 6.822 -0 14.282 - 48.372
Totaal algemene reserve 53.258 2.574 6.822 -0 14.282 - 48.372
Resultaat na bestemming 2023 10.887 -10.887 - - - - -
Totaal resultaat na bestemming 10.887 -10.887 - - - -
Bestemmingsreserve WST en Sluiskiltunnel 1.395 - 12.738 0 12.319 - 1.814
Dekkingsreserve verbouwing Zws museum 2.400 - - - - 200 2.200
Dekkingsreserve Gistpoortgebouw 1.323 - - - - 102 1.222
Dekkingsreserve Schuytvlot 2.330 - - - - 155 2.174
Dekkingsreserve FF aanlandingsvoorzieningen 1.370 - - - - 152 1.218
Dekkingsreserve FF gebouwen en terreinen 923 - - - - 92 831
Dekkingsreserve wegsteunp 's Heerarendskerke 1.999 - - - - - 1.999
Reserve meerjarige projecten 44.213 8.081 18.507 - 37.455 - 33.347
Reserve natuur 4.260 949 - - - 5.208
Reserve investeringsagenda 18.708 - 25.655 - 27.374 - 16.990
Dekkingsreserve wegeninvesteringen 31.755 - 27.184 - - 172 58.767
Dekkingsreserve gebouw G en A 2.004 - - - 8 74 1.922
Dekkingsreserve N286 landbouwroute 889 - - - - 27 862
Bestemmingsreserve ZIS 2 - - - - - 2
Dekkingsreserve NCV 133 - - - - 27 106
Bestemmingsreserve investeringsfonds 12.975 - - - 903 433 11.639
Onderhoudsreserve infrastructuur 3.328 - 9.840 -0 11.293 - 1.875
Dekkingsreserve WSF 500 - - - - - 500
Bestemmingsreserve onderh. Bedrijfspanden 1.202 232 375 -0 222 - 1.587
Bestemmingsreserve te dekken apparaatskosten 2.361 - - - 10 - 2.351
Bestemmingsreserve Wind in de Zeilen 1.682 - 341 - - - 2.023
Dekkingsreserve verduurzaming bedrijfspanden 1.100 - 110 - 110 - 1.100
Bestemmingsreserve GBE Aqua 163.758 - - - - - 163.758
Bestemmingsreserve cofinanciering EU-projecten 2.405 - 2.698 - 2.355 - 2.748
Bestemmingsreserve meerjarige subsidies 4.960 - 4.307 - 3.249 - 6.018
Bestemmingsreserve Delta Kennis Centrum 16.603 - 1.945 - 2.300 - 16.248
Bestemmingsreserve ZEH 151.500 - 67.500 - 20.200 - 198.800
Bestemmingsreserve ZE-schepen 7.900 - - - - - 7.900
Dekkingsreserve ZE-Schepen 1.500 - - - - - 1.500
Bestemmingsreserve Natuurpakket Westerschelde - - 23.694 - - - 23.694
Bestemmingsreserve Impuls - - 16.300 - - - 16.300
Bestemmingsreserve V&R - - 180 - - - 180
Totaal bestemmingsreserves 485.478 8.313 212.323 -0 117.797 1.435 586.882
Totaal reserves 549.622 - 219.146 -0 132.079 1.435 635.253

In de onderstaande tabel volgt een toelichting over de bovengenoemde reserves.

Algemene reserve
Algemeen
Doel reserve Opvang van rekeningsaldi en onvoorziene mee- en tegenvallers
Instellingsbesluit
Kenmerken
Functie Algemeen
Voeding Positieve rekeningsaldi; incidentele meevallers.
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Separate belsuiten PS voornamelijk via voor- en najaarsnota.
Bestemmingsreserve WST en Sluikiltunnel
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijving-, onderhoudskosten en financieringslasten van de Westerschelde- en de Sluiskiltunnel.
Instellingsbesluit 1-1-2014
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Jaarlijkse dividend Westerscheldetunnel N.V.
Eindjaar 2033
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Lasten voor afschrijving, onderhoud en rente van de Sluiskiltunnel en de Westerscheldtunnel en de afwaardering van de Westerscheldetunnel
Verbouwing Zeeuws museum
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten van de verbouwing van het Zeeuws Museum.
Instellingsbesluit 1-1-2007
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Gevormd via budgettaire ruimte
Eindjaar 2037
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
Verbouwing Gistpoortgebouw
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten van de verbouwing van het Gistpoortgebouw.
Instellingsbesluit 1-1-2006
Kenmerken
Functie N.v.t.
Voeding Gevormd via budgettaire ruimte
Eindjaar 2036
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
Verbouwing Schuytvlot
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten van de verbouwing Schuytvlot.
Instellingsbesluit 1-1-2009
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Gevormd via budgettaire ruimte
Eindjaar 2039
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
FF aanlandingsvoorzieningen
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten van de aanlandingsvoorzieningen fast ferry.
Instellingsbesluit 1-1-2003
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Gevormd via budgettaire ruimte
Eindjaar 2033
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
FF gebouwen en terreinen
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten van de gebouwen en terreinen fast ferry.
Instellingsbesluit 1-1-2004
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Gevormd via budgettaire ruimte
Eindjaar 2034
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
Wegsteunpunt 's Heerarendskerke
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten van het wegsteunpunt 's Heerarendskerke.
Instellingsbesluit 1-1-2014
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Gevormd via budgettaire ruimte
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
Meerjarige projecten
Algemeen
Doel reserve Zekerheid creëeren over het beschikbaar blijven van in een jaar niet volledig bestede projectbudgetten.
Instellingsbesluit 1-1-2015
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Niet bestede budgetten in het lopende begrotingsjaar.
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding
Natuur
Doel reserve Nakomen afspraken uit het Natuurakkoord en de Bestuurovereenkomst Grond (december 2013).
Instellingsbesluit 1-1-2015
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Incidentele boekwinst grondtransacties die betrekking hebben op het Natuurakkoord en de Bestuursovereenkomst grond.
Eindjaar 2027
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Lasten voortkomend uit verwerving gronden natuurontwikkeling.
Investeringsagenda
Doel reserve Duurzame investeringen in Zeeland.
Instellingsbesluit Voorjaarnota 2016
Kenmerken
Functie Besteden
Voeding Vrije budgettaire ruimte en algemene reserve
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding De inzet vanuit de investeringsagenda geldt primair voor investeringen die gerelateerd zijn aan de strategische opgave en daarnaast voor wegeninvesteringen, natuurontwikkeling en economsiche innovatie. Twee keer per jaar worden voorstellen aan PS gedaan voor bestedingen ten laste van de investeringsagenda.
Wegeninvesteringen
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten wegeninvesteringen.
Instellingsbesluit 1-1-2019
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding N.v.t.
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
Gebouw G en A
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten G en A.
Instellingsbesluit 1-1-2019
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding N.v.t.
Eindjaar 2049
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
N286
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten N286.
Instellingsbesluit 1-1-2022
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Investeringsagenda
Eindjaar 2057
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
Zeeland in Stroomversnelling
Algemeen
Doel reserve Uitvoering investeringsprogramma Zeeland in Stroomversnelling.
Instellingsbesluit 1-1-2017
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Investeringsagenda en budgettaire ruimte
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Lasten die die betrekking hebben op het programma Zeeland in Stroomversnelling.
Nautische Centrale Vlissingen
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten Nautische Centrale Vlissingen.
Instellingsbesluit 1-1-2019
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Investeringsagenda
Eindjaar 2029
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afchrijvingslasten
Investeringsfonds Zeeland
Algemeen
Doel reserve Dekking van eventuele afwaarderingen kapitaalstortingen in het Investeringsfonds Zeeland BV.
Instellingsbesluit Voorjaarnota 2018
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Gevormd uit budgettaire ruimte
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afwaarderingen
Infrastructuur Natte kunstwerken
Algemeen
Doel reserve Gelijkmatige verdeling van de onderhoudslasten groot onderhoud natte kunstwerken.
Instellingsbesluit Zomernota 2017
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Jaarlijkst dotering
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Lasten groot onderhoud
Westerscheldeferry
Algemeen
Doel reserve Dekking van eventuele afwaarderingen kapitaalstortingen Westerscheldeferry BV.
Instellingsbesluit 2018
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding N.v.t.
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afwaarderingen
Investering apparaatskosten
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten wegeninvesteringen.
Instellingsbesluit
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Geactiveerde salariskosten investeringsprojecten
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afgschrijvingslasten
Onderhoud bedrijfspanden
Algemeen
Doel reserve Egalisatie kosten groot onderhoud bedrijfspanden.
Instellingsbesluit Voorjaarsnota 2018
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Vorming uit budgettaire ruimte
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Lasten groot onderhoud bedrijfspanden
Wind in de Zeilen
Algemeen
Doel reserve Op 9 juli 2020is besloten de bestemmingsreserve Marinierskazerne Vlissingen te hernoemen naar bestemmingsreserve Wind in de Zeilen in het kader van activiteiten volgend uit het compensatiepakket Wind in de Zeilen.
Instellingsbesluit 9-jul-20
Kenmerken
Functie Besteden
Voeding Vorming vanuit budgettaire ruimte
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Bestedingen in het kader van het Rijkspakket Wind in de Zeilen.
Delta Kenniscentrum
Algemeen
Doel reserve Bestedingen voor het Delta Climate Centre.
Instellingsbesluit 23-7-2021
Kenmerken
Functie Besteden
Voeding Provinciale inkomsten garantiepremie en vrijval bestemmingsreserve GBE Aqua
Eindjaar 2030
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: 20 mln.
Voorwaarden besteding Subsidie aan het Delta Climate Centre
GBE Aqua
Algemeen
Doel reserve Dekking kapitaalstorting GBE Aqua.
Instellingsbesluit 23-7-2021
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Dividenden GBE Aqua en Rijksbijdrage van € 10 miljoen.
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afwaarderingen GBE Aqua
Meerjarige subsidies
Algemeen
Doel reserve Verstrekte meerjarige projectsubsidies egaliseren conform BBV.
Instellingsbesluit 1-1-2020
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Toegekende projectsubsidiegelden waarvan de lasten niet worden genomen in het jaar van beschikken.
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Gerealiseerde projectsubsidies in het juiste jaar.
Verduurzaming bedrijfspanden
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten verduurzaming bedrijfspanden.
Instellingsbesluit 1-1-2024
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Investeringsagenda
Eindjaar 2035
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afschrijvingslasten
Co-financierings EU-projecten
Algemeen
Doel reserve Voldoen aan de benodigde cofinanciering van het operationele programma Zuid (OP Zuid).
Instellingsbesluit Najaarsnota 2020
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding Lopende exploitatiebudgetten.
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Gerealiseerde co-financiering in het juiste jaar
ZEH
Algemeen
Doel reserve Behalen structurele rendementen.
Instellingsbesluit 27-sep-24
Kenmerken
Functie Egaliseren
Voeding 80% van de dividenduitkering ZEH, na aflossing GBE Aqua
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Instandhouding van het kapitaal, eventuele afweerding van de kapitaalverstrekkingen.
ZE-schepen
Algemeen
Doel reserve Dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten ZE-Schepen.
Instellingsbesluit 1-1-2024
Kenmerken
Functie ZEH dividend
Voeding N.v.t.
Eindjaar N.v.t.
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Afschrijvingslasten
Natuurpakket Westerschelde
Algemeen
Doel reserve Uitoveren Natuurpakket Westerschelde
Instellingsbesluit 31-12-2025
Kenmerken
Functie Resterende middelen Natuurpakket Westerschelde
Voeding Overblijvende middelen NPW 2025
Eindjaar 2030
Bandbreedte Minimum: N.v.t. Maximum: N.v.t.
Voorwaarden besteding Bestedingen Natuurpakket Westerschelde

Voorzieningen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Voorzieningen

Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de Provincie. Om die reden kennen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand. ‘Voorzieningen worden in principe gewaardeerd op de contante waarde van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De voorziening Waterbeheer is gewaardeerd op het nominale bedrag.

Voorzieningen worden gevormd wegens:

  • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. Op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten.
  • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
  • Bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven.
  • Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd.

Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan, met uitzondering van voorzieningen die gewaardeerd zijn tegen netto contante waarde.

Onderstaand volgt een verloop overzicht van de voorzieningen:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde per 1 januari 2025 Vrij- gevallen bedragen Toevoeg- ingen Aanwen- dingen Boekwaarde per 31 december 2025
Voorziening wachtgelden PSD 572 24 10 305 253
Voorziening waardeoverdracht pensioen politieke ambtsdragers 3.337 - 3.364 66 6.635
Voorziening spaarverlof 3.498 - 1.180 644 4.035
Voorziening RVU 188 - 101 177 111
Totaal voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's 7.594 24 4.655 1.191 11.034
Voorziening waterbeheer 1.331 - 179 343 1.168
Totaal voorzieningen middelen derden met een specifiek bestedingsdoel 1.331 - 179 343 1.168

Voorziening conform artikel 44 lid 1a BBV:
Op balans bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

Er worden geen voorzieningen gevormd voor risico’s of eventuele verplichtingen die zodanig onzeker zijn dat niet redelijkerwijs is in te schatten hoeveel deze zullen bedragen per balansdatum. Bij de grote projecten is hier sprake van. Zo kunnen verplichtingen op grond van gesloten overeenkomsten met externe partners leiden tot onvoorziene kosten naarmate de uitvoering van een project vordert en als gevolg van gewijzigde inzichten en omstandigheden. Dergelijke onzekerheden maken onderdeel uit van de risicobeheersing op projectniveau. Deze risico’s worden periodiek ingeschat en verwerkt in het risicomanagementsysteem. Er wordt bij de kwartaalrapportages over de grote projecten ook op gerapporteerd aan u en zo nodig vertrouwelijk toegelicht. Uit deze rapportages blijkt dat de posten onvoorzien binnen de projectramingen voldoende zijn om eventuele financiële gevolgen voor de Provincie op te vangen.

Voorziening wachtgelden PSD
Jaarlijks wordt de voorziening wachtgelden ex-PSD-ers doorgerekend. Uitgangspunten hierbij zijn de sterfte-index, indexeringen, rekenrente en de verwachte neveninkomsten. Uiteraard blijven de rechten steeds gebaseerd op de opheffingsdatum PSD van 18 maart 2003.

Voorziening waarde overdracht pensioen politieke ambtsdragers
Voor de wachtgeld- en pensioenverplichtingen aan oud-leden GS en hun echtgenotes en kinderen, is in 2013 een voorziening aangelegd. Eventuele afkoopsommen van voormalige bestuurders die verschuldigd zijn bij de overdracht van de pensioenafspraken naar pensioenfondsen of andere overheden, worden ten laste van deze voorziening gebracht.

De commissie BBV heeft in december 2025 een stellige uitspraak gedaan over de verwerking van pensioenaanspraken voor politieke ambtsdragers onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Deze uitspraak verplicht provincies om de nieuwe  pensioenlasten direct in de jaarrekening 2025 te verwerken. Als gevolg van de uitspraak is aan de voorziening € 3,3 miljoen toegevoegd.

Voorziening spaarverlof
Begin 2022 zijn er aan de commissie BBV een aantal vragen gesteld over het treffen van een voorziening voor verlofsparen (naar aanleiding van afspraken in de CAO Gemeenten 2021-2022). Medewerkers kunnen (bovenwettelijke) vakantie-uren sparen. Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Deze vakantie-uren verjaren niet. Dit leidt tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Aangezien er bij verlofsparen naar oordeel van de commissie sprake is van arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, is  hier een voorziening voor gevormd. 

Voorziening RVU
Deze voorziening wordt gevormd voor de lasten van de medewerkers die gebruik maken van de Regeling Vervroegde Uittreding (CAO 2024).

Voorziening conform artikel 44.2 C BBV
Voorziening middelen derden met specifiek bestedingsdoel.

Voorziening waterbeheer
De leges voor waterheffing worden jaarlijks toegevoegd en de uitgaven in verband met de compensatie van de negatieve effecten van deze onttrekkingen die geen gelijkmatig patroon vertonen per jaar worden hieruit betaald. In de meerjarenbegroting worden de uitgaven voor de ophanden zijnde gerelateerde projecten onttrokken aan de voorziening.

Vaste schulden, met een rente typische looptijd langer dan één jaar

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Vaste schulden, met een rente typische looptijd langer dan één jaar

De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

De onderstaande tabel geeft het verloop van de vaste schulden weer over 2025:

Bedragen x € 1.000
Vaste schulden Boekwaarde per 1 januari 2025 Boekwaarde per 31 december 2025
Waarborgsommen 5 5
Totaal vaste schulden 5 5

Algemeen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Algemeen

Omschrijving (toelichting)

Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vlottende passiva een toelichting gegeven. De netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij bij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld.

Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar

De post netto-vlottende schulden worden onderscheiden in:

Bedragen x € 1.000
Overlopende passiva Boekwaarde per 1 januari 2025 Boekwaarde per 31 december 2025
Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden 11.924 12.316
Overige kasgeldleningen - -
Overige schulden 14.304 22.070
Totaal overlopende passiva 26.227 34.386

Overlopende passiva

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Overlopende passiva

Overlopende passiva zijn verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. Tevens omvatten de overlopende passiva na de wijziging van het BBV in 2007 de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

Bedragen x € 1.000
Overlopende passiva Boekwaarde per 1 januari 2025 Boekwaarde per 31 december 2025
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 46.420 42.270
De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van:
- Europese overheidslichamen - 120
- het Rijk 128.864 155.037
- overige Nederlandse overheidslichamen 1.433 1.682
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 72 200
Totaal overlopende passiva 176.790 199.310

De bovenstaande tabel wordt in de onderstaande tabel gespecificeerd naar details op de overlopende passiva.

Bedragen x € 1.000
Uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Boekwaarde per 1 januari 2025 Ontvangen bedragen Bestedingen 2025 Terug- betalingen Boekwaarde 31 december 2025
Europese overheidslichamen
OP Interreg Schakelpunt - 275 199 - 75
OA Interreg SSCH - 44 - - 44
het Rijk
OP Natuur Pakket Westerschelde 33.579 - 33.579 - -
OP BRIM-subsidie Zeelandbrug 225 - - - 225
OP Veilige bermen 258 - 258 - -
OP SPUK snelfietsroute 1.535 - - - 1.535
OP SPUK flexibele woningbouw 1.213 - 316 - 897
OP SPUK Verkeersveiligh mtr 608 - - - 608
OP SPUK Ontzorgprogr Maats Vastgoed 861 - 342 - 519
OP ZIS2 Iedereen telt -19 - -19 - 0
OP SPUK veilig, doelmatig en duurzaam gebruik infrastructuur 255 - 20 - 235
OP SPUK Programma Natuur 3.305 - 2.663 - 641
OP RD3 Participatieplatform 3 - 33 - -30
OP SPUK WidZ Living Lab 2.289 - 464 - 1.826
OP SPUK Schone Lucht Akkoord 146 - 100 - 47
OP SPUK bodem overbruggingsjaar 44 - - - 44
OP SPUK Novi-gebied North Sea Port D 108 - 108 - -0
OP Uitv.kstn POP3 WSS 165 - -12 - 177
OP SPUK impulsregeling klimaatadaptie 65 - - - 65
OP SPUK IVRI 217 - - - 217
OP SPUK 2022 bodemopgaven 111 - - - 111
OP SPUK Impuls Jongerencultuur 1 - - - 1
OP SPUK Deltaprogramma zoet water 1.614 - 843 - 771
OP SPUK Woondeals 1.280 - 110 - 1.170
OP SPUK CDOKE 1.882 2.801 1.998 - 2.685
OP SPUK snellaadinfrastuctuur 5.593 1.351 1.289 - 5.656
OP SPUK 2023 bodemopgaven 167 - - - 167
OP SPUK RD NSPD 27.630 - 2.904 - 24.725
OP SPUK natuurinclusief isoleren 3.137 - 115 - 3.022
OP SPUK Netten op Zee 13.796 18.765 1.344 - 31.217
OP SPUK 2024 bodemopgaven 1.676 1.581 - - 3.258
OP KasZeeland 174 - -452 - 626
OP SPUK Pasmelders 7.875 7.875 255 - 15.495
OP SPUK Koplopers 4.033 26.785 6.350 - 24.469
OP SPUK Pr Natuur 2e fase 11.587 2.335 1.507 - 12.415
OP SPUK Imp jong+talent 193 - 193 - -
OP SPUK deelmobiliteithub 413 - 145 - 269
OP SPUK MKB ontzorgingsprogramma 1.170 - 93 - 1.076
OP SPUK Verduurzaming bedrijventerre 1.033 - 205 - 828
OP SPUK MGB veehouderij - 5.261 - - 5.261
OP SPUK Mobiliteit RIJK - 6.476 - - 6.476
OP SPUK E120 Verkeersveligh.mtr - 723 92 - 631
OP SPUK Publiek Vervoer Zeeland - 931 - - 931
OP SPUK NOZ Verzilting - 5.000 - - 5.000
OP SPUK Publiek Vervoer Zeeland - 1.900 1.900
OP Project Interreg VI FIER - 119 249 - -130
Overige Nederlandse overheidslichamen
OP Actief bodembeheer 80 - 7 - 73
Platform diffuse bronnen 11 - - - 11
OP Vitaal Sloe/Kanaalzone 2012-2014 162 - - - 162
OP Lobbyist Den Haag 106 78 65 - 119
OP Cofinancieringsfonds LEADER 290 - 109 - 181
OP Interreg GO Scheldemond - 13 - 13
OP RD3 Vernieuwing landbouw - - -30 30
OP ZIS gemeenten RD NSPD 783 786 477 - 1.092
Totaal 129.654 83.102 55.918 - 156.839

Motorrijtuigenbelasting

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Motorrijtuigenbelasting

Omschrijving (toelichting)

In de jaarrekening is een bate opgenomen aan opcenten motorrijtuigenbelasting. Reeds meerdere malen in het verleden zijn discussies ontstaan met het ministerie van Financiën omtrent de juistheid en volledigheid van het aandeel van de provincies in de opbrengst motorrijtuigenbelasting. De belastingdienst verstrekt inzake de afgedragen gelden geen specifieke accountantsverklaring ten behoeve van de Provincies. De rechtmatigheid en volledigheid van deze opbrengst kan daarom niet worden vastgesteld.

Vennootschapsbelasting

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans - Vennootschapsbelasting

Omschrijving (toelichting)

Er is voorgeschreven dat inzicht wordt gegeven in het verwachte bedrag aan te betalen Vennootschapsbelasting (Vpb). Op basis van een beoordeling van de provinciale activiteiten is geconcludeerd dat Provincie Zeeland voor al haar activiteiten geen fiscale onderneming drijft, dan wel dat er een vrijstelling kan worden toegepast. Dit betekent dat er geen activiteiten plaatsvinden die tot een bedrag voor Vpb hebben geleid. Bij eventuele wijzigingen van activiteiten in toekomstige begrotingsjaren zal worden beoordeeld of zij tot een Vpb belaste activiteit zullen leiden, deze zullen ook worden meegenomen in het (jaarlijkse) bedrijfsgesprek met de belastingdienst.