Paragraaf Provinciale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Inleiding

Omschrijving (toelichting)

De inwoners en bedrijven van Zeeland betalen heffingen aan de Provincie Zeeland. Met dit geld én het geld uit het provinciefonds betaalt de Provincie collectieve voorzieningen. In deze paragraaf gaan we in op het onderliggende beleid voor de verschillende heffingen. Daarnaast geven we inzicht in de berekening van de tarieven van heffingen.

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Beleid

Omschrijving (toelichting)

We gaan bij heffingen zo veel mogelijk uit van het profijtbeginsel. Het profijtbeginsel zie je sterker bij heffingen dan bij belastingen. Inwoners of bedrijven betalen naar de mate van het profijt dat ze van een bepaalde overheidsvoorziening of dienst hebben. Zeeland kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen. Zeeland kent wel enkele vrijstellingen van legesheffing.

Belastingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Belastingen

Omschrijving (toelichting)

Opcenten motorrijtuigenbelasting

De motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt geheven over het bezit van een auto en niet over het gebruik. De heffing en inning van de MRB, waarin de provinciale opcenten meeliften, verzorgt de belastingdienst. Bovenop de MRB betalen houders van personenauto’s en motoren ‘provinciale opcenten’. De provincies stellen zelf hun opcenten tarief vast, tot een wettelijk bepaald maximum.

Het tarief voor 2025 bedraagt 84,4 opcenten. Het landelijk gemiddelde tarief voor 2025 is 88,8. In 2025 mag maximaal 139,9 opcenten geheven worden. Zeeland heft in 2025 5,0% minder dan het landelijk gemiddelde. 

Heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Heffingen

Omschrijving (toelichting)

Algemene uitgangspunten

Het uitgangspunt is dat de opbrengsten van zowel heffingen als leges niet hoger mogen zijn dan de lasten die betrekking hebben op de activiteiten. Tot de lasten worden gerekend alle materiële kosten en de salarislasten inclusief overhead die betrekking hebben op de heffing. In 2025 heeft een evaluatie plaatsgevonden met betrekking tot bouwleges en tarieven zijn aangepast. 

Grondwateronttrekkingsheffing

Onder de naam ‘grondwateronttrekkingsheffing’ wordt een directe provinciale heffing geheven voor het onttrekken van grondwater. De opbrengsten van deze heffing zijn om de kosten die we hiervoor maken te dekken. Het gaat om specifieke kosten van het voorkomen en tegengaan van de nadelige gevolgen van onttrekkingen en infiltraties en van onderzoeken in relatie tot het grondwaterbeleid. De provinciale grondwaterheffingen worden door de provincies geheven op grond van de Waterwet en de provinciale Verordening grondwateronttrekkingsheffing Provincie Zeeland 2024

Verhouding opbrengsten – kosten

De baten grondwaterheffing 2025 bedragen € 164.000. De baten bestaan voor een groot deel uit inkomsten, waarbij de grondwateronttrekking permanent is. Daarnaast is er jaarlijks opbrengst van de grondwaterheffing waarbij de onttrekking van het grondwater incidenteel is. 80% van de inkomst betreft de heffing voor drinkwaterwinning.

De materiële lasten van de grondwaterheffing over 2025 bedragen € 58.700. De lasten van de grondwaterheffing bestaan gedeeltelijk uit personeelslasten die niet direct zijn toegerekend aan de lasten met betrekking tot grondwaterheffing. Daardoor zijn deze lasten moeilijker inzichtelijk te maken dan de baten. De beste benadering om inzicht te krijgen in de lasten is door het aantal fte. dat belast is met de werkzaamheden aan betreffende heffing en tegen welk uurtarief (afhankelijk van inschaling) inclusief overheadkosten hierin te betrekken. 

De loonkosten in 2025 bedragen € 98.500 per jaar en de overheadkosten € 49.250. Een overzicht van de mate van kostendekkendheid is opgenomen in bijlage 1.

Leges

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Leges

Omschrijving (toelichting)

Provincie Zeeland legt voor diverse diensten leges op. Leges zijn vergoedingen voor kosten die de overheid maakt voor de dienstverlening aan inwoners en bedrijven. In de legesverordening Zeeland 2024 zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen.  

Verhouding opbrengsten - kosten

De opbrengsten van leges voor 2025 zijn afgerond € 900.000. De verdeling van de opbrengsten is als volgt: Wabo BRIKS (bouwen) € 467.800 Natuur € 133.100, Verkeer en Vervoer € 53.100, Ontgrondingen € 7.700 en Milieu € 237.900.

Naast de materiele kosten van de leges, worden voornamelijk personeelskosten en overheadskosten gemaakt die ook samenhangen met deze leges. De loonkosten in 2025 bedragen € 291.500 en de overheadkosten op € 145.750. De materiele lasten bedragen € 14.839. De kosten aan de RUD en DCMR voor BRIKS, ontgrondingen en milieutaken bedragen € 1.250.000. Een overzicht van de mate van kostendekkendheid is opgenomen in bijlage 1. 

Wat opvalt is dat de kostendekkendheid op zowel individueel onderdeel als totaalniveau laag is. Hierbij moet opgemerkt worden dat milieuleges pas zijn ingevoerd per 2024 toen de Omgevingswet van kracht werd. Tot die tijd hadden we ook lasten maar mochten er geen leges in rekening gebracht worden. De kostendekkingsgraad voor WABO BRIKS was over 2024 zeer hoog, over 2025 is deze lager. Uit een in 2025 gehouden evaluatie voor dit onderdeel is gebleken is dat de schommeling in kostendekkendheid vooral wordt veroorzaakt omdat lasten en baten niet gelijkmatig over het jaar verdeeld zijn. Met andere woorden de inkomsten van legesheffingen kunnen in een ander jaar vallen waarin de kosten gemaakt worden. Dit geeft een vertekend beeld. De lage kostendekkendheid bij verkeer en vervoer wordt veroorzaakt doordat voor een aantal ontheffingen het RDW bevoegd is leges te heffen. Zeeland ontvangt hiervoor een bedrag van de RDW maar wij maken hier meer kosten aan dan we aan leges krijgen afgedragen.