Omschrijving (toelichting)
In het risicoprofiel van Zeeland zijn alle risico’s waaraan onze Provincie wordt blootgesteld opgenomen. Enkele van deze risico’s heeft ook een relatie met (voormalige) grote projecten. Het gaat om risico’s over onderstaande onderwerpen.
|
Positie
|
Risico omschrijving
|
Kans klasse
|
kansinschatting dat risico zich voordoet
|
Maximale impact x € 1,0 miljoen
|
|
1
|
Project Zanddijk
|
3
|
31% - 50%
|
9,2
|
|
2
|
Wettelijke Milieutaken
|
3
|
31% - 50%
|
5,8
|
|
3
|
Garantstelling Hulst i.v.m. Perkpolder
|
2
|
10% - 30%
|
3,3
|
|
4
|
Controle POP-3 en overige Europese projecten
|
2
|
10% - 30%
|
1,1
|
|
5
|
Westerscheldeferry
|
1
|
< 10%
|
4,7
|
|
6
|
Tekort in Faunafonds
|
3
|
31% - 50%
|
1,0
|
|
7
|
Cybercrime
|
2
|
10% - 30%
|
2,0
|
|
8
|
Garantstelling ZB
|
1
|
< 10%
|
1,0
|
|
9
|
Wijziging licentiestructuur
|
2
|
10% - 30%
|
0,2
|

*Indien een risico uit deelrisico’s bestaat wordt het gewogen gemiddelde van de kans berekend.
De maximale impact betekent de inschatting van de maximale financiële gevolgen van het risico door de inhoudelijk deskundige.
In bovenstaand overzicht staan de risico’s in volgorde van invloed. De risico’s met betrekking tot project Zanddijk, Wettelijke milieutaken en Garantstelling Hulst i.v.m. Perkpolder bepalen het grootste deel (85,2%) van het risicoprofiel van de provincie.
Ten opzichte van de vierde kwartaalrapportage 2025 zijn er geen wijzigingen.
Project Zanddijk
Op 16 december 2022 hebben Provinciale Staten een krediet voor project Zanddijk verstrekt van € 68 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op de kostennotitie van RHDHV van 28 oktober 2022 en de aanpassingen hierop, zoals opgenomen in het statenvoorstel kredietaanvraag en definitief ontwerp.
In het projectkrediet is op basis van een risicodossier een risicoreserve opgenomen. De raming waarop het krediet is bepaald, heeft een bandbreedte van 15%. Deze bandbreedte hangt samen met de detaillering van berekeningen, zoals de hoeveelheid aan materiaal dat nodig is om de bouw te realiseren. Het kan voorkomen dat de werkelijk benodigde hoeveelheden en prijzen hoger zijn dan hetgeen is opgenomen in de raming voor het projectkrediet. Er is daardoor een risico op het ontoereikend zijn van het projectkrediet. Daarnaast is er bij een infrastructuurproject, naast het optreden van risico’s die leiden tot budgetoverschrijding ook het risico op een langere doorlooptijd van de planning aanwezig. Het risico is ten opzichte van de vorige rapportage licht gedaald, omdat de benodigde gronden inmiddels nagenoeg volledig zijn verworven.
Beheersmaatregelen:
Door de verdere uitwerking en aanbesteding van het project wordt de bandbreedte op de raming kleiner en zal het risico afnemen.
Wettelijke milieutaken
Dit bestaat uit de volgende onderdelen:
Met de komst van de Omgevingswet (OW) krijgen provincies de mogelijkheid om financiële zekerheid te vragen bij majeure risicobedrijven en bij afvalbedrijven. De financiële zekerheid wordt opgelegd ter nakoming van, op grond van de omgevingsvergunningen, geldende verplichtingen (zoals ontmanteling van een installatie) of ter dekking van aansprakelijkheid voor milieuschade die door de vergunde activiteit is ontstaan. Er is een aanvullende wetswijziging in voorbereiding dat dit een verplichting wordt. Het verwerken hiervan in de omgevingsvergunning vraagt extra tijd van omgevingsdiensten.
Naar aanleiding van de PFAS discussie is politiek de wens uitgesproken dat er voldoende tijd door de RUD Zeeland besteed moet worden aan de werkzaamheden die voortvloeien uit de Verdragen Helsinki en Espoo inzake dossiers met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen. Via de Voorjaarsnota 2024 is deels dekking opgenomen, het resterende risico is niet gewijzigd ten opzichte van de vorige rapportage.
Door onder andere de bestuurlijke wens van meer toezicht en handhaving in het buitengebied (groene handhaving) is er een inschatting gemaakt van de hiermee gepaard gaande kosten. Op dit moment worden er verschillende scenario’s uitgewerkt en afgestemd met de RUD Zeeland. Vervolgens zal een bestuurlijk voorstel worden voorbereid.
Beheersmaatregelen:
Via periodiek accounthoudersoverleg met de RUD en DCMR worden de actuele ontwikkelingen doorgesproken.
Garantstelling gemeente Hulst in verband met Perkpolder
In 2017 hebben Provinciale Staten besloten het project Perkpolder volledig over te dragen aan de gemeente Hulst en haar aandelen in Perkpolder Beheer BV te verkopen aan de gemeente Hulst. De gemeenteraad van de gemeente Hulst heeft deze aandelen overgenomen en het project zelfstandig verder te zetten. De provincie is per 2018 geen aandeelhouder meer maar staat na uittreding nog wel garant voor een maximum bedrag van € 3,3 miljoen ter beperking van de financiële risico’s van de gemeente Hulst. Deze garantie vervalt op 31 december 2026, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen.
Beheersmaatregelen:
De gemeente verstrekt gedurende de looptijd van de garantie jaarlijks aan de Provincie een controleverklaring van een externe accountant over de vastgestelde jaarrekening van Perkpolder Beheer. Hierover en over de actuele ontwikkelingen vindt jaarlijks minimaal één keer bestuurlijk overleg plaats tussen de Provincie en de gemeente Hulst. Gedurende het jaar vindt tevens ambtelijk overleg plaats over de actuele ontwikkelingen binnen het project Perkpolder. Na het vaststellen van een nieuwe grondexploitatie (GREX) door de gemeente Hulst ontvangen wij een exemplaar van deze GREX.
Garantstellingen
De garantstellingen maken deel uit van de ingeschatte risico’s. De Provincie heeft enkele garantstellingen afgegeven aan verbonden partijen. Hierin schuilt een risico, omdat de financiële realiteit van een organisatie ertoe kan leiden dat schuldeisers aanspraak maken op deze garantstelling. Het grootste deel van de garantstelling is in 2025 beschikbaar gesteld aan North Sea Port. Het gaat om een garantstelling van ongeveer € 160 miljoen. Omdat het risico van de garantstelling beperkt is, is deze niet opgenomen in het weerstandsvermogen.