Door Provinciale Staten van Provincie Zeeland is op 1 april 2022 het Statenvoorstel “Marktconsultatie Westerschelde Ferry” vastgesteld. Daarmee hebben de Staten het volgende besloten:
- De veerverbinding Vlissingen-Breskens tot en met 2027 bij de huidige Westerschelde Ferry BV met de huidige swath-schepen te continueren, onder voorbehoud dat uit de vrijwillige openbare publicatie op TenderNed, geen bezwaren worden ontvangen tegen dit besluit in het kader van een algemeen belang.
- Onderzoek doen naar de mogelijkheden om na 2027 de veerverbinding Vlissingen-Breskens te varen met nieuwe Zero-Emissie (ZE) schepen ter vervanging van de huidige swath-schepen.
- Nadat meer duidelijkheid is over het voorgaande, onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de concessie na 2027 door een marktpartij te laten varen en daarbij verdiepende gesprekken met marktpartijen voeren.
Op dit moment is invulling gegeven aan de hiervoor beschreven eerste twee punten. Een extern adviesbureau adviseert in haar onderzoek de huidige swath-schepen na 2027 te vervangen door een gemengde vloot van drie kleine, snelle schepen en één groot schip, alle accu-elektrisch, om zo efficiënt mogelijk in te kunnen spelen op de vervoersvraag. De nieuwe gemengde vloot biedt een grote flexibiliteit in het bepalen van een dienstregeling. Daarnaast levert de voorgestelde vloot een energiebesparing op van 75% en een emissiereductie van 100% ten opzichte van de huidige situatie.
In het vervolgtraject zal worden onderzocht welke aanpassingen er nodig zijn aan de walinfrastructuur aangezien deze van invloed zijn op het ontwerp van de schepen. Daarna zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn om de concessie na 2027 door een marktpartij te laten varen met ZE-schepen en daarbij verdiepende gesprekken met marktpartijen te voeren.
Op grond van de categorisering als Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) is de exploitatie ondergebracht bij de Westerschelde Ferry BV. Op dit moment is geen aanleiding of noodzaak om de status te heroverwegen. Als gevolg van veranderende regelgeving zal deze keuze iedere vijf jaar opnieuw moeten worden heroverwogen. Ook is het verstandig om na een paar jaar ervaring met het varen met de nieuwe schepen dit te heroverwegen. Op dat moment zijn exploitatiekosten, beheer- en onderhoudskosten en reizigersopbrengsten van de exploitatie met de nieuwe schepen goed in beeld, waardoor op dat moment een onderbouwd besluit tot al dan niet aanbesteden van de exploitatie overgegaan kan worden. Consequentie is dat de exploitatie in de fase dat de nieuwe schepen ontworpen en gebouwd worden, aangevuld met een periode om ervaring op te doen met de nieuwe schepen, ondergebracht is bij de Westerschelde Ferry BV. Hoe lang deze periode is, is afhankelijk van het moment van in de vaart nemen van de nieuwe schepen.
De Provincie Zeeland heeft als 100% aandeelhouder een financieel risico dat zij in haar rol als aandeelhouder aanvullende middelen aan de Westerschelde Ferry BV ter beschikking dient te stellen (agiostorting) in het geval het Eigen Vermogen van de Westerschelde Ferry BV onvoldoende zou zijn om mogelijke negatieve financiële resultaten veroorzaakt door o.a. tegenvallende aantallen passagiers, onverwachte hoge onderhoudskosten, stijgende brandstofkosten en een stijging van de energieprijzen, op te kunnen vangen.