Het Milieuprogramma 2023–2027 is in februari 2023 door Provinciale Staten vastgesteld en vormt het beleidskader voor de provinciale inzet op het gebied van milieu. In dit programma zijn de ambities, doelstellingen en activiteiten opgenomen die bijdragen aan een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving in Zeeland. De uitvoering van het programma is uitgewerkt in jaarlijkse actieplannen, waarmee stapsgewijs invulling wordt gegeven aan de vastgestelde doelen. 

In 2027 wordt verder gewerkt aan het realiseren van de opgaven en doelstellingen binnen de verschillende milieuthema’s. We werken vanaf 2026 bovendien aan een nieuw milieuprogramma voor de volgende periode (2028).

De voortgang en resultaten van het Milieuprogramma worden jaarlijks gemonitord. Hierover wordt apart gerapporteerd in een monitoringsrapportage, die in het tweede kwartaal aan Provinciale Staten wordt aangeboden. Deze rapportage biedt inzicht in de uitvoering van de activiteiten, de bereikte resultaten en de mate waarin de beoogde doelstellingen worden gerealiseerd. 

Voor elk onderdeel van het Milieuprogramma zijn specifieke doelen en acties vastgesteld. In 2027 leggen we de nadruk op een aantal prioritaire activiteiten die een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van de doelstellingen binnen de verschillende milieuthema’s. Hieronder zijn deze acties nader weergegeven. 

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
De provincie Zeeland blijft zich in 2027 inzetten voor het terugdringen van de uitstoot en lozingen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in de leefomgeving. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar PFAS-verontreinigingen in en rondom de Westerschelde. Het doel is niet alleen het verminderen van de aanwezigheid van PFAS in bodem, water en lucht, maar vooral het beperken van de blootstelling van mens, dier en natuur aan deze stoffen. Omdat de verspreiding van PFAS de regionale en nationale schaal overstijgt, werkt de provincie hierbij nauw samen met het Rijk, andere provincies, waterschappen, kennisinstellingen, omgevingsdiensten en internationale partners. Naast het terugdringen van emissies en lozingen blijft de provincie investeren in het vergroten van kennis over de omvang, verspreiding en effecten van PFAS-verontreinigingen in de leefomgeving. Monitoring, onderzoek en gegevensuitwisseling vormen hiervoor een belangrijke basis. De opgedane kennis wordt benut om maatregelen te kunnen prioriteren en bevoegde gezagen te ondersteunen bij vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Ook in 2027 besteden we via de uitvoering van de VTH-taken door de omgevingsdiensten aandacht aan andere ZZS-gerelateerde milieuvraagstukken die gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van de leefomgeving.

Met deze inzet draagt de provincie bij aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving, waarbij het voorkomen van schadelijke blootstelling aan verontreinigende stoffen centraal staat.

Staalslakken 
In 2027 blijft de provincie zich actief inzetten voor een definitief verbod op het gebruik van staalslakken in Zeeuwse wateren. Daarbij wordt het gesprek met het Rijk voortgezet om de Zeeuwse zorgen en belangen nadrukkelijk onder de aandacht te brengen.  We zijn met de Zeeuwse partners actief betrokken bij nadere onderzoeken, gericht op een beter inzicht in de mogelijke effecten op waterkwaliteit, natuur en leefomgeving.  

Indirecte lozingen: 
In 2027 werkt de provincie Zeeland samen met Rijkswaterstaat, de waterschappen, Zeeuwse gemeenten en de omgevingsdiensten verder aan het verbeteren van de waterkwaliteit in het Schelde-stroomgebied door regulering van indirecte lozingen.  

Daarbij wordt gebruikgemaakt van de door de Zeeuwse werkgroep emissies en waterkwaliteit ontwikkelde hotspottool, die inzicht biedt in indirecte lozingen en de afvalwaterketen. Doel van deze aanpak is beter te kunnen bepalen welke emissies bijdragen aan het niet behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en waar maatregelen het meest effectief zijn. De focus ligt daarbij op het identificeren en aanpakken van bronnen van verontreiniging, met bijzondere aandacht voor waterlichamen die worden beïnvloed door rioolwaterzuiveringsinstallaties en indirecte lozers. De verkregen inzichten worden benut om gerichte maatregelen, vergunningvoorschriften en samenwerkingsafspraken te ontwikkelen die bijdragen aan het behalen van de KRW-doelen en een verdere verbetering van de Zeeuwse waterkwaliteit. 

Actualisatie vergunningen: 
Actuele vergunningen zijn van belang voor een juiste doorvertaling van nieuwe wet- en regelgeving en beleidskaders naar de bedrijfsvoering. Bestaande vergunningen moeten door toename in nieuwe wettelijke kaders en beleidsregels, alsook de behoefte om landelijk een gelijk speelveld te waarborgen, vaker worden aangepast. 

Tegelijkertijd krijgen sinds 2024 vergunningaanvragen die DCMR afhandelt voor nieuwe initiatieven in het kader van de energietransitie voorrang boven het actualiseren van bestaande vergunningen. Dit mede vanwege de afhankelijkheid van subsidie- en investeringsprogramma’s. Hierdoor is er meer druk ontstaan op het actualisatieprogramma en neemt het risico toe dat een aanzienlijk percentage vergunningen onvoldoende actueel zijn.  

DCMR zet vanaf 2027 meer capaciteit in op de actualisaties van vergunningen met als doel de komende jaren door te groeien naar een actueel vergunningenbestand van 85% en daarmee in control te zijn op het afdekken van milieurisico’s door actuele vergunningsvoorschriften te hebben opgenomen in vigerende vergunningen. 

Lichthinder en duisternis:
Om lichthinder terug te dringen en duisternis als kernwaarde voor Zeeland te behouden trekken we gezamenlijk op met gemeenten, omgevingsdiensten, bedrijven en inwoners. We zetten in op borging in beleid, in omgevingsplannen en in de praktijk van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook werken we aan bewustwording onder bedrijven, inwoners en binnen onze eigen organisaties. Vanaf 2027 gaan we werk maken van lichtmetingen en een richtlijn voor het beoordelen van lichthinder.  

RUD Zeeland – Robuuste RUD
Robuuste omgevingsdiensten zijn essentieel om milieurisico’s effectief te beheersen. De RUD Zeeland voert het plan van aanpak voor een robuuste RUD uit en zet naar verwachting in 2027 de laatste stappen. Wij blijven ons, samen met de RUD en de gemeenten, inzetten voor een toekomstbestendige en robuuste RUD.