Op 4 juli 2024 heeft Gedeputeerde Staten Provinciale Staten laten weten het proces starten gericht op bouw van nieuwe schepen voor de Westerschelde Ferry en dit te doen als project van de Provincie Zeeland. Daarbij is ten aanzien van de exploitatie gemeld: “Vooralsnog gaan wij daarbij uit van het handhaven van de status van Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB), zoals eerder door uw Staten besloten.” Conform deze inzet is Provinciale Staten op 28 oktober 2025 geïnformeerd over het besluit de huidige concessie te verlengen tot en met 2033, met dien verstande dat de concessievoorwaarden (onder andere aantal afvaarten, tarievenkader en exploitatiebijdrage Provincie) gedurende deze periode tijdig zullen worden aangepast aan het varen met nieuwe schepen.
In hoofdstuk 1, Grote Projecten, van deze begroting is de stand van zaken van het groot project Vervanging schepen Westerschelde Ferry opgenomen.
De Provincie Zeeland heeft als 100% aandeelhouder een financieel risico dat zij in haar rol als aandeelhouder aanvullende middelen aan de Westerschelde Ferry BV ter beschikking dient te stellen (agiostorting) in het geval het Eigen Vermogen van de Westerschelde Ferry BV onvoldoende zou zijn om mogelijke negatieve financiële resultaten veroorzaakt door o.a. tegenvallende aantallen passagiers, onverwachte hoge onderhoudskosten, stijgende brandstofkosten en een stijging van de energieprijzen, op te kunnen vangen.
Een bijkomend risico wat nu al gelopen wordt is vroegtijdige vervanging door onherstelbare schade van een van de motoren van de huidige schepen. Omdat vanuit de Europese Standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor schepen (ES-TRIN) het wisselen van een bestaande motor niet meer is toegestaan. Om het risico te mitigeren zijn de volgende mitigaties voorzien:
- Plan A: Alles in het werk stellen om de planning te halen. Dit mitigeert alleen het risico van de herkeuring 2029.
- Plan B: IL&T -> dispensatie geldende wet- en regelgeving. Op 3 november 2025 is overleg geweest met de Inspectie Leefomgeving & Transport (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) om de mogelijkheden te bespreken om dispensatie te krijgen op geldende wet- en regelgeving. Voor uitstel van de certificering kan éénmalig gebruik gemaakt van het artikel 3.18 lid 4 van de binnenvaartregeling. Dit betreft een verlenging van 6 maanden. Over het gebruik van de ruilmotor denkt IL&T na over een maatwerkoplossing.
- Plan C: Tijdelijke inzet van andere schepen. Dit mitigeert beide benoemde risico's.
- (Plan) D: vervangen van de motoren in de bestaande schepen door dieselmotoren die minder milieubelastend zijn. Uit een eerste onderzoek blijkt dat de investering ongeveer € 1,8 en € 3,1 miljoen per schip bedraagt.
Dit risico is ook opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Via de voortgangsrapportage van het groot project Vervanging schepen Westerschelde Ferry wordt Provinciale Staten geïnformeerd over de ontwikkeling van dit risico.