Alle plannen en projecten in de fysieke leefomgeving vragen om grond. Dat geldt zowel voor opgaven uit bijvoorbeeld Zeeland 2050 of de ontwerp-Nota Ruimte. Een belangrijk uitgangspunt van de provinciale Nota Grondbeleid is daarom het versterken van de uitvoeringskracht, zodat we deze opgaven beter en sneller kunnen realiseren.
We benaderen de opgaven in het landelijke en stedelijke gebied in samenhang. Daarbij gaan we letterlijk bij mensen aan de keukentafel in gesprek. Deze gesprekken stemmen we zorgvuldig af met andere Zeeuwse overheden. Zo willen we voorkomen dat vandaag de Provincie met een grondvraag bij een grondeigenaar aanklopt en morgen bijvoorbeeld het waterschap. Deze structurele en integrale manier van denken en werken passen we inmiddels al jaren toe en is kenmerkend voor de Provincie Zeeland.
In het landelijke gebied heeft de Provincie een regisserende rol. Vanuit die rol bevorderen we de samenwerking tussen overheden en private grondeigenaren. De combinatie van de instrumenten kavelruil en grondbank is daarbij van groot belang. De beschikbaarheid van ruilgrond is immers een onmisbare voorwaarde om functieveranderingen daadwerkelijk mogelijk te maken.
Ook bij integrale gebiedsontwikkelingen en gebiedstransformaties (zowel in het landelijk als stedelijk gebied) stimuleren we de samenwerking. Daarmee dragen we bij aan een betere woon- en leefomgeving.
Om de uitvoeringskracht in Zeeland verder te versterken, zetten we in op de speerpunten uit de nota Grondbeleid:
- Verbeteren van de samenwerking tussen overheden en grondeigenaren in Zeeland.
- Vergroten van het areaal van ruilgronden (Grondbank Zeeland).
- Introduceren van het nieuwe grondinstrument: Ontwikkelingsbank. Dit instrument is in werking gezet op Schouwen, Walcheren en Zuid-Beveland.
- Ontwikkelen ‘Kennisalliantie Grond & Eigendom’ om uitvoeringskracht te vergroten.