In 2026 zijn Het Zeeuws Gebiedsprogramma, het stikstofplan en een groot deel van het uitvoeringsprogramma landelijk gebied samengevoegd tot het Zeeuws Programma Landelijk Gebied. Samen met het natuurbeheerplan en het Programma Natuur vormt zij de basis voor ons natuur- en landbouwbeleid. Hierin staat beschreven hoe we de natuur binnen en buiten de Natura 2000-gebieden verbeteren. De uitvoering van maatregelen doen we via het Programma uitvoering landelijk gebied. Daarmee versterken we de interne uitvoeringskracht, onder andere door meer gebiedsgericht te werken.
Met het Programma Natuur en het Programma Landelijk Gebied zetten we in op natuurherstel, vermindering van de stikstofdepositie, verbetering van de waterkwaliteit en zoetwaterbeschikbaarheid, klimaatadaptatie en een volhoudbare landbouw. Beide programma's zijn aanvullend op het natuurbeleid. Dat zich richt natuurbescherming, -beheer en -herstel.
Landelijke ontwikkelingen
Eind juni 2026 presenteerde het kabinet een aanpak voor stikstofreductie. Hiermee beoogt het kabinet Nederland van het (stikstof)slot te halen. In deze aanpak kiest het kabinet voor een samenhangend pakket van maatregelen op het gebied van stikstofreductie, waterkwaliteit en gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast is er extra aandacht voor verbetering van het natuurbeheer. Een belangrijk onderdeel in de aanpak is het instellen van zonering langs stikstofgevoelige N2000 gebieden. Aan provincies wordt gevraagd dit, samen met maatschappelijke partners, in het najaar van 2026 uit te werken en met een reactie te komen. Dit landelijke beleid sluit op veel punten aan op ons provinciale beleid, maar uiteraard zijn er ook verschillen. In 2027 zal de uitwerking hiervan verder vormgegeven worden. 2027 wordt daarmee een belangrijk jaar. Niet alleen de rijks aanpak voor stikstof, gewasbeschermingsmiddelen en waterkwaliteit speelt daarin een rol, ook de Natuurherstelverordening zal van betekenis zijn. In september 2026 heeft het Rijk een ontwerp natuurplan aan Brussel gestuurd. Deze moet in september 2027 definitief zijn.
Ook is in de tweede helft van 2026 gestart met de voorbereidingen op een Natuurpact 2.0. Het huidige Natuurpact loopt in 2027 af. Rijk en provincies streven ernaar om in 2027 nieuwe afspraken te maken over het beleid en uitvoering van de opgaven in de natuur en landelijk gebied.
Landbouw
Binnen het landbouwbeleid richten wij ons op een verbeterde zoet water beschikbaarheid, het verbeteren van de bodemkwaliteit en het verder ontwikkelen van de gewasbescherming in relatie met de functionele agrobiodiversiteit. Als wij dit samen met de sector kunnen invullen en verzilveren zal dat tegelijkertijd leiden tot het terugdringen van verliezen van veldemissies en uitspoeling (waterkwaliteit). Daarnaast zullen wij ons inspannen de keten intensiever te betrekken bij het verder ontwikkelen van dit perspectief. Verdienvermogen van de agrarische ondernemer is namelijk een onlosmakelijk onderdeel van een volhoudbare landbouw.
Natuur
De natuur in Zeeland is verweven met de verschillende Zeeuwse waardevolle landschappen. De natuur binnen deze landschappen is in kwaliteit en omvang nog niet op orde. Met name de staat van instandhouding van soorten en habitats van buitendijkse gebieden (kust- en deltawateren), delen van de duinen en het agrarisch gebied zijn matig tot zeer ongunstig. De Zeeuwse natuurmonitor laat zien dat de huidige beleidsinspanningen effect hebben. Maar een extra inspanning is noodzakelijk. We blijven daarom inzetten op:
- Het op orde houden van de basis: bescherming van de natuur en inzet op een actief natuurbeheer, faunabeheer en soortenbeleid.
- Het nakomen van de gemaakte afspraken voor natuurherstel en –ontwikkeling.
- Het benutten van kansen voor herstel van de biodiversiteit (Vogel- en Habitat Richtlijn).
Om tot echt herstel van de biodiversiteit te komen is meer nodig dan alleen bescherming van de bestaande natuur. Dat wat verdwenen is vraagt, waar mogelijk, om herstel. Binnen de wettelijke kaders onderzoeken we of we elke soort of habitat tot elke prijs in Zeeland moeten behouden, zonder afbreuk te doen aan de biodiversiteit.
Stikstof en natuurherstel
In 2026 stelden wij het Programma Landelijk Gebied vast, inclusief het stikstofplan. In 2026 zijn wij gestart met de uitwerking en uitvoering van maatregelenpakketten, naast de nog lopende koplopermaatregelen uit het NPLG. In 2027 gaan wij hiermee verder, waarbij wij rekening houden met het nieuwe rijksbeleid. Hiermee willen we in 2027 verder werken aan de opgaven voor stikstofreductie, natuurherstel, zoet water beschikbaarheid en biodiversiteit. Met het verdwijnen van het transitiefonds voor het landelijk gebied in 2024 zijn er minder middelen beschikbaar dan nodig. In 2027 gaan wij daarom actief op zoek naar financieringsmogelijkheden voor het Programma Landelijk Gebied. We blijven samen investeren in de aantrekkelijkheid en de beleefbaarheid van het landelijk gebied. Wij staan daarbij een integrale, brede aanpak van het landelijk gebied voor. We kiezen voor een brede aanpak van het landelijk gebied, waarbij we alles in samenhang bekijken. De Zeeuwse integrale gebieden aanpak speelt daarbij een vooraanstaande rol.
De Zeeuwse Gebiedenaanpak
Deze ‘horizontale’ manier van werken is erop gericht om de top down overheidsdoelen en opgaven - die in een specifiek gebied samen komen - zo veel mogelijk af te stemmen met en te koppelen aan wensen en initiatieven van de mensen die in de gebieden wonen, werken, leven en/of ondernemen (bottum-up). Deze aanpak overstijgt dan ook het programma Balans in Landelijk gebied, want het raakt ook ieder ander programma. Om die reden is deze manier van werken als een centraal thema in de organisatiestructuur opgenomen.
De insteek is dat stakeholders zelf een belangrijke stem en actieve rol kunnen hebben in het samen nadenken over de toekomst van hun eigen leefomgeving, het maken van concrete plannen en het uitvoeren van projecten die passen bij een gezamenlijke ambitie.
Dat samen nadenken over de toekomst vertrekt te allen tijde vanuit de specifieke identiteit van de plek: hoe ziet deze specifieke plek er geografisch uit, welke kenmerken heeft het, wat is de historie, wat is de sociaaleconomische samenhang en welk gevoel heeft de plek. De geest van de plek – de genius loci – blijkt telkens weer een bindmiddel te zijn tussen diverse groepen inwoners, ondernemers en organisaties. Het geeft een vruchtbare basis om eigen belangen te overstijgen en na te denken over hogere doelen voor het gebied.